Cultuurschokgolf
De term cultuurschok werd in de jaren 1960 bedacht door de Amerikaanse antropoloog Kalvero Oberg. In zijn essay Practical Anthropology keek Oberg naar de ervaringen van studenten die een semester in het buitenland doorbrachten. Hij analyseerde de hindernissen die ze tegenkwamen in de vreemde cultuur. In deze context definieerde hij cultuurschok als een crisis met vijf fasen: Euforie, Vervreemding, Escalatie, Onbegrip, Begrip (cf. Oberg 1960, 177-182). De theorie van Oberg is in de afgelopen decennia vele malen aangepast en ontwikkeld. In deze context moet Pedersen worden genoemd, die Oberg’s definitie van cultuurschok heeft uitgebreid naar alle systemen die als vreemd worden ervaren: „Cultuurschok gebeurt in elk individu dat onbekende gebeurtenissen en onverwachte omstandigheden tegenkomt.“ (Pedersen 1995, 1)
5 Fasen
Adler heeft ook de ideeën van Oberg overgenomen en aangepast. Ook hij verdeelt cultuurschok in vijf fasen (cf. Adler 1974, 22-49). De eerste fase noemt hij de wittebroodsweken. Deze wordt gekenmerkt door anticipatie en nieuwsgierigheid. Reizigers leggen euforisch de eerste contacten met de vreemde cultuur. Na intensiever contact met de nieuwe cultuur kan de aanvankelijke euforie omslaan in afwijzing, wat resulteert in de afwijzingsfase. De eerste moeilijkheden steken de kop op, vaak gepaard gaand met communicatieproblemen. De andersheid van de nieuwe cultuur wordt vaak als stresserend en storend ervaren. Dit wordt gevolgd door de derde fase, de zogenaamde regressiefase. Dit is de eigenlijke cultuurschok. De persoon trekt zich terug en klaagt. Bovendien wordt de eigen cultuur geïdealiseerd. De derde fase wordt ervaren als een crisis. Als het proces positief verloopt, volgt de vierde fase van cultuurschok, aanpassing. Mensen passen zich aan en begrijpen en accepteren de nieuwe cultuur in toenemende mate. In sommige gevallen worden ook denk- en handelswijzen overgenomen. De persoon voelt zich steeds meer geïntegreerd en thuis. Eenmaal thuis kan er een terugkeerschok zijn. Dit betekent dat de persoon zich vreemd voelt in eigen land. De zojuist beschreven fasen worden daarom opnieuw doorlopen.
Omgaan met vertrouwen
In een grafisch verloop worden de ups en downs een golf. Daarom spreken we van een cultuurschokgolf. Niet iedereen ervaart alle hierboven beschreven verschijnselen in de bovengenoemde fasering en er zijn ook verschillen in intensiteit. Het praktische voordeel van kennis over het fenomeen cultuurschokgolf is dat het mensen in staat stelt zelfverzekerder om te gaan met cultuurschokken, zowel bij zichzelf als bij anderen.
Literatuur
Adler, Peter (1974): Voorbij culturele identiteit: Reflecties op de culturele en multiculturele mens. Topics in culture learning. 8e ed.
Oberg, Kalvero (1960): Cultuurschok: Aanpassing aan nieuwe culturele omgevingen. In: Gulick, John (red.): Praktische antropologie en praktische politiek. Deel 7, 177-182.
Pedersen, Paul (1995): De vijf stadia van cultuurschok. Kritische incidenten over de hele wereld. Deel 25. Westport/ Conn: Greenwood Press.
